Lezing 26 04 08 Optische verschijnselen
woensdag 8 april 2026

Peter Paul Hattinga Verschure  

Licht over het hoofd gezien

ZESTIG jaar waarnemingen van optische verschijnselen in Nederland

Geen wetenschapper deze avond in het Science Café, maar een kunstenaar. Hattinga Verschure, woonachtig in Deventer, is vooral bekend om zijn tekeningen en etsen, en dan speciaal van stadslocaties. Daarnaast is hij echter in Nederland dé autoriteit op het gebied van optische verschijnselen in de dampkring. Hij verzamelt en analyseert al zestig jaar waarnemingen van optische verschijnselen in ons land, en publiceerde er in 2023 een rijk geïllustreerd boek over. 

Hij begon zijn verhaal met de vraag wie wel eens een regenboog heeft gezien. Iedereen in de zaal, zo bleek, en daarmee was dus iedereen bekend met een optisch verschijnsel in de dampkring. De regenboog is een van de talloze optische verschijnselen die er zijn. Die doen zich hoofdzakelijk voor in de onderste 10 tot 12 kilometer van de dampkring, de zogeheten troposfeer. De optische verschijnselen ontstaan door wisselwerking van licht met deeltjes. In de troposfeer zitten ontzettend veel deeltjes in allerlei maten: van hagelstenen en waterdruppels tot pollen en micro-organismen. Het noodzakelijke licht is zonlicht, licht van de Maan (weerkaatst zonlicht) en heel soms kunstlicht. Zonlicht bestaat uit zeven kleuren (rood, oranje, geel, groen, blauw, indigo en violet). De deeltjes en de zeven kleuren vormen de ingrediënten van de optische verschijnselen zoals we die kennen. Natuurkundig gezien bestaat de wisselwerking tussen de deeltjes en het licht uit verstrooiing, spiegeling, breking, buiging, interferentie en polarisatie, en een combinatie van deze fenomenen.

Er zijn heel veel verschillende atmosferische optische verschijnselen. Van avondrood, ochtendrood, regenbogen en mist tot halo’s, corona’s (veroorzaakt door stof of pollen in de lucht) en Heiligenschijn. Er zijn minstens 140 verschillende optische verschijnselen bekend. Hattinga Verschure pikte er drie uit.

Een heel bekend fenomeen bij de liefhebbers is de ‘groene flits’ bij een zonsondergang. De groene flits is te zien aan de bovenkant van de oranje tot rode ondergaande zon. Lichtstralen met een kortere golflengte, zoals groen, worden door de luchtmoleculen sterker gebogen dan lichtstralen met een langere golflengte, zoals rood en oranje. Hierdoor blijft de groene kleur van de zon nog even zichtbaar wanneer de oranje en rode kleur al achter de horizon zijn verdwenen door de kromming van de aarde. Voor de groene flits is een zeer rustige lucht nodig. Dat gebeurt niet vaak, en de groene flits is dan ook een zeldzaam verschijnsel.

Een ander bekend optisch verschijnsel is het zogenaamde Nova Zembla-effect: de zon zit in werkelijkheid onder de horizon, maar we zien haar wel. Dit komt door breking en afbuiging in de dampkring. De vroegst bekende melding van dit verschijnsel komt uit de verslagen van de overwintering van Willem Barentz en zijn bemanning op Nova Zembla. Zij zagen aan het eind van de poolwinter de zon weer aan de horizon verschijnen terwijl dat volgens de berekeningen nog niet kon. Pas veel later is dit verschijnsel verklaard.

Tenslotte gaf Hattinga Verschure een toelichting op de regenboog. Zonnestralen die op een regendruppel schijnen worden in de druppel gebroken en uiteengerafeld in de verschillende kleuren. Dat licht weerkaatst aan de achterzijde van de druppel weer terug richting zon. Bij uittreden breekt het licht nog eens waardoor de kleurschifting wordt versterkt. Zo ontstaat de bekende regenboog. De lichtstralen kunnen binnen in de druppel ook twee keer weerkaatst worden en dan ontstaat er een zwakkere regenboog buiten de hoofdboog.  Dit is de secundaire regenboog. De regenboog is altijd rond, omdat regendruppels rond zijn. Tijdens de lezing liet Hattinga Verschure een aantal keren optische verschijnselen ook zien in een proefopstelling. Een hele mooie manier om de optische verschijnselen ook zelf mee te maken. En dus zag het publiek ook echt een regenboog gevormd worden.

Hattinga Verschure sloot af met een korte beschouwing over de waarnemers. Het blijkt dat waarnemers vaak interpretaties toevoegen aan wat ze zien. Zeker in de tijd voordat de natuurkunde de optische verschijnselen kon verklaren werden veel lichtverschijnselen als heiligenbeelden gezien. Een heel bekend voorbeeld zijn de geschriften van Hildegard van Bingen (12e eeuw) waarin ze haar visioenen beschrijft.  Dit soort beelden zijn vooral spectaculair als er bij heel koud weer heel veel ijskristallen in de lucht zitten. Samen met een laagstaande zon levert dat soms fantastische beelden op, zoals sommige wintersporters misschien wel eens gezien hebben. Vandaar dat bij meldingen van optische verschijnselen flink doorgevraagd moet worden: heeft u het zelf gezien en wat heeft u precies waargenomen. Soms is het echt, soms zijn het de verbeeldingen van de waarnemer. Optische verschijnselen zijn geen objecten maar lichtreflecties. Deze verschijnselen zijn vaak opgevat als tekens van de hemel, ook vandaag de dag nog. In werkelijkheid zijn het lichtbrekingen die ons vooral vertellen welke stoffen er in de lucht zitten.

De eerste vraag na de pauze ging over het noorderlicht. De foto’s zijn veel mooier dan wat we met het blote oog zin. Is het dan wel echt? Peter Paul gaf aan dat de camera het cumulatieve lichtverschijnsel opslaat door vaak lange sluitertijden. Het is dus wel echt; de camera ziet alleen meer dan het blote oog.

Een volgende vraag was welke verschijnselen hij zelf nog nooit had gezien, of in ieder geval graag nog eens zou willen zien. De groene flits, zo reageerde Hattinga Verschure,  de zogenaamde bogen van Parry (een hele mooie breking van licht in ijskristallen), en natuurlijk nog een keer noorderlicht.

Er is vanavond vooral gesproken breking van zonlicht, maat hoe zit het met maanlicht, wilde een vragensteller weten. Maanlicht laat in principe dezelfde verschijnselen zien als de zon, maar dan vaak minder fel. De lichtbreking in de atmosfeer is voor de maan hetzelfde als voor de zon, dus er kan ook een hele mooie rode maan zijn.

De laatste vraag ging over hoe Hattinga Verschure de optische verschijnselen gebruikt in zijn kunst. De optische verschijnselen niet zo zeer zijn inspiratie zelf, zo gaf hij aan, maar wel de nauwkeurigheid van waarneming. Daardoor ziet hij vaak dingen waar anderen overheen kijken.

Ilse Roelofsen leidde de vragenronde met het publiek, en Dubio verzorgde de livemuziek.

Tekst Ynte Schukken, fotografie Huub Eggen.

« bekijk ook de aankondiging van deze avond

« terug naar overzicht terugblikken 2026