in de kroeg
prof.dr.ir. Conny Bakker
Conny Bakker is hoogleraar in het vakgebied Design Methodologie voor Duurzaamheid en Circulaire Economie aan de faculteit Industrieel Ontwerpen bij de Technische Universiteit Delft. Industrieel ontwerpen gaat over producten, mensen en technologie waarbij design centraal staat. Daarbij is de combinatie van duurzaamheid, productie en technologie een taai probleem, zeker als het gaat om producten voor dagelijks gebruik, die dus in massa worden geproduceerd. Bakker gaf als voorbeeld Senseo-koffiezetmachines. Die worden veel gebruikt, maar komen ook heel vaak bij zogenaamde repair cafe’s terechtkomt. Dan blijkt dat in meer dan een derde van de gevallen het apparaat niet meer werkt omdat het niet ontkalkt is. Een succesvol product faalt door gebrekkig onderhoud of omdat het slecht te onderhouden is. Het is typisch een product van een lineaire economie: we maken iets, we gebruiken het en vervolgens dumpen we het. De ambitie in de leerstoelgroep van Bakker is om van lineair naar circulair (hergebruik) te gaan. Ze illustreerde verschillende facetten van het onderzoek aan de hand van drie voorbeelden uit haar onderzoeksgroep.
De Groningse kunstenaar Maria Koijck maakte een werk gemaakt met alle wegwerpmateriaal dat werd gebruikt bij een operatie die ze zelf onderging. Een indrukwekkende hoeveelheid wegwerphandschoenen, compressen, infuuszakken, wegwerpspuiten, operatiejassen en nog veel meer. Op basis van dit kunstwerk ging een student van Bakker aan de slag met de opdracht om operatiehandschoenen te hergebruiken. Door de handschoenen om te smelten naar kleine wigjes, kunnen ze bijvoorbeeld opnieuw worden gebruikt bij de sterilisatie van materialen. Uiteindelijk bleek het slechts een beperkte oplossing voor de 220.000 wegwerphandschoenen die per dag in Nederland worden gebruikt. Veel verspilling komt ook voort uit de strenge protocollen die in de medische wereld gelden, zo vertelde Bakker. Handschoenen moeten bijvoorbeeld worden weggegooid zodra ze uit hun verpakkingsdoos zijn gehaald. Door het bestaande ontwerp van dozen komen er vaak meer handschoenen uit dan nodig. Studenten van haar ontwierpen een efficiëntere verpakking, maar daar wilde de belangrijkste fabrikant van de verpakkingen niet aan.
Een tweede voorbeeld was het onderzoek van promovendus Karl Heinz Samenjo. Hij werkte aan het maken van een verlengstuk voor een injectiespuit die gebruikt kan worden om de baarmoederhals te kunnen verdoven. De behoefte aan zo’n verlengstuk kwam uit Kenia, het vaderland van Samenjo. Zijn ontwerp was heel succesvol en de volgende vraag was wat de beste uitvoering zou zijn: aluminium or polypropyleen. De impact op het milieu van aluminium is lager dan van polypropyleen, maar bij het uittesten in ziekenhuizen in Afrika bleek dat de voorkeur uitging naar polypropyleen: veel goedkoper dan aluminium en toch ook wel te steriliseren en opnieuw te gebruiken. Deze vinding wordt momenteel op de markt gebracht in een aantal Afrikaanse landen.
In de Europese Unie bestaat sinds kort een right-to-repair wet. Hiermee wordt vastgelegd dat apparaten gerepareerd moeten kunnen worden en wordt er ook een icoontje op het apparaat geplaatst om het gemak van reparatie aan te geven. Een a is gemakkelijk, een e is moeilijk. Uit onderzoek blijkt dat mensen hun apparaten om drie redenen niet repareren: het is technisch niet mogelijk (geen onderdelen te kopen, niet open te krijgen, geen handleiding, en zo meer); het is niet handig om te repareren (moeilijk, tijdrovend, duur etc.), of gebruikers zijn niet bereid om te repareren: men wil een nieuw ontwerp, is mooier product of men heeft gewoon geen zin in repareren.
Het derde voorbeeld dat Bakker gaf ging over repareren. Promovendus Francesco de Fazio in haar groep deed een onderzoeksproject naar het repareren van stofzuigers. Hij maakte voor zeven stofzuigers van drie verschillende merken een ‘disassembly map’: hoe haal je ze uit elkaar en waar zitten de meest cruciale onderdelen die bij falen maken dat de stofzuiger het niet meer doet. Het bleek dat veel van die cruciale onderdelen heel moeilijk te bereiken zijn. Stofzuigers van Philips bleken het meest complex. Bakker ging samen met hem naar Philips om zijn onderzoek en aanbevelingen te presenteren. Na veel aanvankelijke bezwaren bleek het ontwikkelteam van Philips uiteindelijk toch bereid het apparaat aan te passen. Men nam er De Fazio zelfs voor in dienst. Er is nu een beter reparabel type in ontwikkeling. De Fazio werkt inmiddels in de kwaliteitsbewaking bij Lego.
Beter repareerbaar maken blijkt dus mogelijk, maar het vraagt wel overtuigingskracht om het voor elkaar te krijgen, zowel bij de producent als de consument. Design gaat over producten, technologie en mensen. Om meer duurzaamheid en circulariteit te realiseren moet aan alle drie deze aspecten aandacht worden besteed, zo sloot Bakker af.
De eerste vraag in de discussie onder leiding van moderator Almar Otten ging over de kleine lettertjes bij veel producten. Daar staat vaak in dat als je het apparaat opent, de garantie daarmee verloopt. Het is dan helemaal niet aantrekkelijk om te repareren. Dat is volgens Bakker inderdaad een issue: vaak is het een smoes van bedrijven, maar heel soms is het wel echt zo. Betere controle op de bewoording is dan wel vereist.
Een aanwezige vroeg of YouTubefilmpjes over reparaties een effect hebben. Bakker gaf aan dat die filmpjes inderdaad enorm helpen. Ook de website https://nl.ifixit.com/ bijvoorbeeld werkt echt heel mooi. Het punt is wel dat deze website vooral geraadpleegd wordt door mensen die al besloten hebben om te gaan repareren.
Een grote frustratie bij gebruikers is de enorme verscheidenheid aan materialen en onderdelen. Is het niet mogelijk, zo wilde een bezoeker weten, om apparaten meer te standaardiseren? Bakker antwoordde dat producenten zich graag van elkaar onderscheiden en dat leidt tot al die verschillende ontwerpen. Standaardisatie kan wel, en soms gebeurt het ook, al dan niet door wetgeving afgedwongen. Een voorbeeld zijn de inmiddels standaard usbverbindingen en laadkabels van mobiele telefoons.
De volgende vragensteller werkt in een repair café. Hij ziet een groot verschil tussen consumentenapparatuur en professionele apparatuur: de eerste categorie is vaak niet repareerbaar en de tweede vaak heel goed. Waarom dit verschil? Volgens Bakker raakt dit aan een cruciaal punt. Producenten van consumentenapparatuur willen helemaal niet dat consumenten repareren. Ze hebben er veel meer baat bij dat er nieuwe apparatuur gekocht wordt. En… de meeste consumenten willen ook niet repareren. Het is wel een beetje een frustrerende conclusie, aldus Bakker: we zijn als consumenten eigenlijk te rijk en te luxe georiënteerd.
Een andere vragensteller kwam terug op de Senseo: zijn de ontkalktabletten niet veel te duur, terwijl simpel azijn ook goed werkt? Een bekende frustratie, aldus Bakker. Producenten van apparatuur hebben er belang bij dat er dure tabletten worden gekocht en bij het repareren dat er ook dure onderdelen worden aangeboden. Uiteindelijk is er, volgens haar, voor deze marktwerking geen simpele oplossing.
De laatste vraag ging over het belang van de psychologie in de hele discussie over circulariteit en duurzaamheid. Zijn psychologen eigenlijk niet essentieel om echte verandering te krijgen? Bakker was het hier helemaal mee eens en wees nog eens op haar conclusie: bij verbetering van circulariteit en duurzaamheid gaat het over producten, over technologie, maar ook over menselijk gedrag.
Dubio, deze keer als duo, verzorgde de livemuziek.
Tekst Ynte Schukken, fotografie Huub Eggen
« bekijk ook de aankondiging van deze avond
« terug naar overzicht terugblikken 2026