Lezing 26 01 14 Nieuw bloed
14 januari 2026

prof. Gerald de Haan  

Nieuw bloed

nieuwe methoden voor bloedtransfusies via de productie van stamcellen

In Nederland ontvangen zo’n 300.000 patiënten jaarlijks een bloedproduct. Dat wordt geleverd door ongeveer 440.000 bloeddonors. Centrale spil in het beschikbaar zijn en leveren van die bloedproducten is Sanquin, in 1998 ontstaan door het fuseren van alle regionale bloedbanken en het Centraal Laboratorium van de Bloedtransfusiediensten (CLB). Op veertig plaatsen in Nederland wordt bloed afgenomen en dit wordt vervoerd naar twee locaties, Amsterdam en Elst. Daar worden alle monsters getest op acht ziekteverwekkers. Daarna gaan het bloed en de bloedproducten naar vijf locaties in het land, waarvan één in Deventer, voor verspreiding naar ziekenhuizen. De belangrijkste producten van Sanquin zijn rode bloedcellen, plasma waaruit eiwitten en antilichamen worden gewonnen, en bloedplaatjes die nodig zijn voor de bloedstolling. Gerald de Haan is onderzoeksdirecteur van Sanquin.

Een belangrijk onderdeel van het onderzoek waar zijn team aan werkt is het begrijpen van de omstandigheden nodig voor het kweken van bloedcellen in het lab, zodat geen donoren meer nodig zijn. Dit lijkt nu nog toekomstmuziek, maar het komt wel degelijk dichterbij. Het kunnen kweken van cellen wordt belangrijker, omdat onze bevolking steeds diverser wordt maar het bestand aan donoren niet. Naast de bekende bloedgroepen (A, B, AB en O) zijn er nog ruim 300 andere verschillende bloedgroepen die vooral voorkomen bij mensen uit Afrika. In Nederland hebben we relatief veel patiënten uit deze landen, maar vrijwel geen bloeddonoren met dezelfde achtergrond. 

De bron van de bloedcellen zijn de stamcellen in het beenmerg. Die zijn een beetje de ‘heilige graal’ van de bloedwetenschap, aldus De Haan. Iedereen heeft stamcellen in het beenmerg, maar ze zijn ook aanwezig in een embryo. De embryonale stamcellen kunnen zich nog vormen naar elk type cel. Stamcellen worden ook gewonnen uit de navelstreng. Sanquin beheert de Nederlandse donorbank van navelstrengbloed. De Nobelprijswinnaars John Gurdon en Shinya Yamanaka maakten een stamcel vanuit een volwassen huidcel. Van dit type stamcellen kunnen door activatie met vier eiwitten zogeheten geïnduceerde pluripotente stamcellen [IPS] gemaakt worden. Deze IPS-cellen hebben evenveel ontwikkelingsvermogen als de embryonale stamcellen. Al deze stamcellen kunnen worden uitgerijpt tot bijvoorbeeld neuronen of hartspiercellen en ook tot bloedcellen. 

De groep van De Haan onderzoekt of de IPS-cellen gebruikt kunnen worden voor de productie van bloedcellen. Eerst worden IPS-cellen uit bloedcellen gemaakt. Deze IPS’s worden dan aangezet om bloedcel te worden. Dat kost in het lab van Sanquin nog veel werk en tijd (en dus geld) en levert nog niet veel bloedcellen op. Deze techniek is dus nog niet rijp voor de praktijk, maar biedt volgens De Haan wel veel perspectief.

Een andere onderzoeksvraag bij Sanquin is of en hoe stamcellen te transplanteren zijn van donor naar ontvanger. Dat blijkt niet eenvoudig te zijn, maar momenteel is dit wel mogelijk. Bijvoorbeeld de stamcellen uit navelstrengbloed worden nu routinematig gebruikt voor transplantatie. Stamcellen uit Nederlandse navelstrengen gaan letterlijk de wereld over. 

Tot slot noemde De Haan nog het onderzoek bij Sanquin af met CAR-T cellen. Dit zijn geherprogrammeerde T-cellen van de patiënt zelf die genetisch geprogrammeerd worden om kankercellen in het eigen lichaam aan te vallen. 

Als alle onderzoek dat nu loopt een succes wordt, kan dat ertoe leiden dat Sanquin veel meer een productiefaciliteit wordt en niet of veel minder een bloedbank, zo sloor De Haan af.

De eerste vraag na de pauze was of er naast een match op bloedgroep ook een match gemaakt wordt tussen donor en patiënt op basis van leeftijd. De Haan gaf aan dat dit momenteel niet gedaan wordt. Het zou met name voor hele kleine baby’s wel relevant zijn, maar momenteel is dit nog niet goed mogelijk.   

Een volgende vraag was of het mogelijk is specifiek voor een bepaalde bloedgroep stamcellen naar bloedcellen te laten ontwikkelen. Het antwoord was nee. De bloedgroep is genetisch bepaald en valt niet te wijzigen.

Een vragensteller was bezorgd omdat de stamcellen afkomstig zijn van een bepaalde persoon, maar die donor kan ook afwijkende issues hebben in het DNA, bijvoorbeeld een grotere kans op leukemie. De Haan beaamde dit. Er wordt daarom heel veel getest aan de IPS-cellen om er zeker van te zijn dat er geen bekende genetische afwijkingen zijn, maar het risico blijft aanwezig. Het goede nieuws is dat rode bloedcellen geen DNA hebben: daar is het risico dus veel kleiner. 

De laatste vraag ging over toepassing van de eigen navelstrengstamcellen of IPS’s uit eigen cellen. Volgens De Haan is het gebruik van eigen stamcellen een heel relevant en interessant gegeven. De IPS’s kinnen oneindig doorgekweekt worden en dus heel lang overleven. Als iemand dan later in het leven een aandoening krijgt, kunnen de eigen, patiënt-specifieke, IPS’s gebruikt worden om genetisch te modificeren om bijvoorbeeld taaislijmziekte te genezen of gebruikt om medicijnen op patiënt-eigen materiaal te testen voor persoonsgebonden medicatie. Er liggen dus nog heel veel uitdagende onderzoeksvragen op het bord van De Haan.

Martin van de Vrugt zorgde voor de livemuziek, Almar Otten leidde de vragenronde. 

Tekst Ynte Schukken en Huub Eggen, fotografie Martijn Harleman.

« bekijk ook de aankondiging van deze avond

« terug naar overzicht terugblikken 2026