Lezing 25 12 10 Hanze
10 december 2025

prof. dr. Hanno Brand

Vertekend beeld van de Hanze

SAMENWERKENDE STEDEN MET BOTSENDE BELANGEN

Deventer was in de late Middeleeuwen een Hanzestad, gelegen op een kruispunt van wegen en waterwegen en nauw verbonden met een groot netwerk van Hanzesteden. Die connectie met de Hanze is nog steeds zichtbaar in Deventer, gezien namen van als Hanze Keukens, Hanze Uitvaart, en straatnamen als Hanzeweg en een aantal straten op industrieterrein Kloosterlande die verwijzen naar vroegere Hanzesteden en handelsbestemmingen uit die tijd. Over wat de Hanze was bestaat een vertekend beeld, dat door onderzoek van de afgelopen tientallen jaren bijgesteld is. Daarover sprak historicus prof.dr. Hanno Brand, verbonden aan de Fryske Akademy in Leeuwarden.

Het netwerk van Hanzesteden ontstond rond 1450 met de Duitse stad Lübeck als centrum, maar bestreek uiteindelijk het hele gebied rond de Oostzee en de Noordzee. De belangrijkste centra van de Hanze waren Lübeck en Hamburg in het noorden van Duitsland. In Nederland waren Zwolle maar ook Stavoren vanaf het begin belangrijke Hanzesteden. De handel bestond vooral uit hout, graan, bijenwas, wijn, zout en stokvis. Dat laatste was een belangrijke handelswaar voor Deventer.

De Hanze kwam niet uit de lucht vallen, maar ontstond uit een ouder netwerk van handelsroutes. Aanvankelijk was Visby op het Zweedse eiland Gotland een belangrijk centrum en overslaggebied in de handel met onder meer Rusland. Vanaf ongeveer 1300 nam Lübeck die functie over. De Hanze als organisatie startte in 1358 met een eerste bijeenkomst in Lübeck waar de handelssteden uit het netwerk besloten tot een gezamenlijke boycot tegen Vlaanderen vanwege een handelsconflict. De tweede Hanzevergadering was in 1367 (de Keulse confederatie), waar een militair pact werd gesloten tussen de Hanzesteden om de Deense koning Waldemar te verslaan. Dit lukte en leidde tot het verdrag van Stralsund waarin veel privileges voor de Hanzesteden werden vastgelegd. In de jaren daarna werden veel Nederlandse steden lid van de Hanze: Zwolle in 1407, Stavoren in 1411, Kampen in 1442, en zo meer.

Met de groei van de Hanze werd het ook noodzakelijk om het netwerk strakker te organiseren, met consolidaties in 1418 en vooral in 1447. Daarbij werd de Hanze ingedeeld in de zogenaamde Drittel, een drietal regio’s met per regio een Hanzestad die aan het hoofd stond: Keulen (waar Deventer onder viel), Lübeck en Riga (later Tallinn).

Er werden Hanzedagen georganiseerd om afspraken te maken en besluiten te nemen. De notulen en besluiten van deze dagen werden via een getrapt systeem bij alle aangesloten steden bezorgd: via het Drittel Keulen ging dit naar Deventer, van Deventer naar Groningen, van Groningen naar Stavoren en Bolsward, en zo verder. Hoe traag de communicatie ook ging in die tijd, uiteindelijk wist iedereen dan binnen de organisatie wat er besloten was.

Brand vertelde dat deze Hanzedagen lang duurden en werden bezocht door een beperkt aantal deelnemers: veel steden lieten zich vanwege tijd en kosten vertegenwoordigen door een andere stad. Afwezigheid op de Hanzedagen was ook wel een tactiek om niet gedwongen te worden om aan een oorlog of een boycot deel te nemen. De genomen besluiten op de Hanzedag moesten door elke stad geratificeerd worden. Dat werd echter vaak niet gedaan, en volgens Brand betekende dit dat de Hanze ook een opportunistisch systeem was, met een grote mate van eigenbelang.

De traditionele visie op de Hanze, zo stelde Brand, is dat de Hanze leidde tot veel transparantie in de handel. De Hanze was ervoor om te proberen de transactiekosten laag te houden via privileges. Het totaal van afspraken en privileges wordt een ‘institutie’ genoemd. Instituties bestaan uit havengelden, waaggelden, tolgelden, eisen aan kwaliteit, standaardisatie van gewichten, maten etc. Via de Hanze werd dit allemaal geregeld. In veel gevallen echter, zo heeft archiefonderzoek uitgewezen, telde het eigenbelang toch meer dan het gezamenlijk Hanzebelang. Dat leidde soms tot nadelige conflicten. Bekend is de Deventer boterstrijd met de Hanze. Deventer accepteerde op een gegeven moment geen goederen, waaronder boter, meer op de markt omdat ze van lagere kwaliteit waren dan de standaarden van de Hanze voorschreven. Het gevolg was evenwel dat de markt zich verplaatste naar Kampen en Zutphen, omdat die steden de markten juist voor deze boter openden. Brand concludeerde dan ook dat de Hanze vooral een los-vaste samenhang was, een verzameling egoïstische steden die uit eigen belang samenwerkten maar ook hun eigen weg gingen als dat beter uitkwam.

De term Hanze komt, zo vertelde Brand tijdens de discussie, oorspronkelijk van een Duitse bisschop die er farizeeërs of groepen handelaren (Hanse) mee aanduidde. Uiteindelijk werd het een begrip voor de Duitse Hanzesteden. Verscheidene vragenstellers vroegen zich af of andere historische samenwerkingsverbanden (vroeger of meer recent) met de Hanze te vergelijken waren. Daar was Brand duidelijk in: nee. De Hanze was een uniek los netwerk van steden en kooplieden, heel anders dan bijvoorbeeld de aandelenmaatschappij die de VOC was. Uiteindelijk kwam de onvermijdelijke vraag voor elke historicus: kunnen we voor de huidige tijd iets leren van de Hanze (denk aan het eeuwige gekibbel in de Europese Unie of gedoe binnen de NAVO). Het belangrijkste dat de Hanze ons leert, aldus Brand, is dat het netwerk succesvol was omdat er meestal vertrouwen tussen alle deelnemers bestond.

Lineke Tak leidde de discussie en Dubio zorgde in volledige bezetting voor de muziek.

Tekst Ynte Schukken, fotografie Huub Eggen.

« bekijk ook de aankondiging van deze avond

« terug naar overzicht terugblikken 2025