10 januari 2024: Rob van den Berg
Een gedreven buitenstaander: Leven en werk van Henri van ‘t Hoff, Nederlands eerste Nobelprijswinnaar


Een gedreven buitenstaander: Leven en werk van Henri van ‘t Hoff, Nederlands eerste Nobelprijswinnaar

Op 10 december 1896 overleed de Zweedse chemicus en ondernemer Alfred Nobel. In zijn testament bleek hij, tot grote consternatie van zijn familie, het grootste deel van zijn vermogen bestemd te hebben voor het instellen van een jaarlijkse prijs voor wetenschappers die “in het afgelopen jaar het meest hebben bijgedragen aan de mensheid”. Het prijzengeld moest in gelijke porties worden verdeeld over vijf terreinen: natuurkunde, scheikunde, fysiologie of medicijnen, literatuur en de vrede. Zijn familie hield de instelling van de prijs aanvankelijk tegen, maar in 1901 was het dan zover: de eerste Nobelprijzen (zoals ze sindsdien heten) werden toegekend.

De allereerste Nobelprijs voor de natuurkunde ging naar Wilhelm Conrad Röntgen, geboren in Duitsland maar opgegroeid in Apeldoorn. De allereerste winnaar van de Nobelprijs voor de scheikunde was Henri van ’t Hoff, geboren in Rotterdam, gepromoveerd in Utrecht en vele jaren hoogleraar in Amsterdam, totdat hij in 1986 naar Berlijn vertrok waar hij in 1911 overleed. Hij kreeg de Nobelprijs voor zijn theoretische beschrijving van het verloop van chemische reacties en het gedrag van chemische evenwichten. Nederland was in de vroege jaren van de Nobelprijzen heel succesvol: Lorentz en Zeeman (natuurkunde, 1902), Van der Waals (natuurkunde, 1910) en Kamerlingh Onnes (natuurkunde, 1913).

Van ’t Hoff was even briljant als onconventioneel en beminnelijk. Dat zorgde voor de nodige problemen in zijn carrière. Wetenschapshistoricus dr. Rob van den Berg, verbonden aan de Universiteit Leiden, promoveerde in 2021 op leven en werk van Van ’t Hoff, met zijn biografie “Een gedreven buitenstaander”. Als student betoogde Van ‘t Hoff dat moleculen een ruimtelijke structuur hebben, terwijl velen er toen nog aan twijfelden of moleculen überhaupt wel bestonden. Hij gaf de scheikunde een nieuw gezicht door het introduceren van fysische methoden, en bood inzicht in hoe chemische reacties verliepen. Maar hij schreef ook gedichten, had Byron en Heine paraat en vond dat echte wetenschap niet buiten verbeeldingskracht kon. Zijn leven lang heeft hij gestreden om — bevrijd van administratieve verplichtingen — zich volledig te kunnen wijden aan wetenschappelijk onderzoek. Buitenlandse universiteiten wilden hem die mogelijkheden maar wat graag geven. Een eerste aanbod uit Leipzig legde hij nog naast zich neer, omdat Amsterdam hem een nieuw laboratorium in het vooruitzicht stelde. Toen acht jaar later de lokroep klonk uit Berlijn, waren alle pogingen hem voor Nederland te behouden tevergeefs. In Duitsland groeide hij uit tot een wetenschappelijke grootheid en werd hij overladen met prijzen, waaronder de allereerste Nobelprijs voor de Scheikunde in 1901. De biografie van Van den Berg geeft niet alleen een boeiend portret van een briljante wetenschapper, maar ook een blik in de wetenschappelijke wereld van ruim een eeuw geleden waarin Nederland schitterde.

Van den Berg schreef ook een biografie over de Leidse sterrenkundige Frederik Kaiser, binnenkort verschijnt van hem een boek over de ontdekking van de vitamines, en hij schrijft voor NRC Handelsblad.

Martin van de Vrugt verzorgt de live muziek, Ilse Roelofsen leidt de discussie met de zaal.

Tekst Huub Eggen, illustratieontwerp Martijn Harleman.