Etnobotanie: overleven op je traditionele plantenkennis


Etnobotanie: overleven op je traditionele plantenkennis

Als je uit je land wordt ontvoerd, met veel lotgenoten in een heel ander deel van de wereld gedwongen aan het werk wordt gezet, vervolgens ontsnapt en je – wederom met veel lotgenoten – diep in de jungle vestigt en daar moet overleven, dan is het handig als je van huis uit wat kennis van planten hebt. De studie van de relatie tussen mensen en planten wordt etnobotanie genoemd en geeft ons onder andere inzicht in hoe de Marrons, de mensen over wie het gaat in de hierboven beschreven situatie, het klaarspeelden om tot op de dag van vandaag als bevolkingsgroep te overleven in de binnenlanden van o.a. Suriname en Frans-Guyana.

Tinde van Andel, etnobotanicus verbonden aan de universiteiten van Wageningen en Leiden, en onderzoeker bij Naturalis, komt in het Science Café vertellen over recent onderzoek in Suriname, waaruit blijkt dat Afro-Surinamers konden overleven door hun plantenkennis uit Afrika, door nieuwe planten uit te proberen (soms met fatale  gevolgen) en door informatie uit te wisselen met anderen op een zeer inventieve manier.

Van Andel: “De Marrons zijn afstammelingen van slaven die van de plantages naar het binnenland zijn gevlucht in de 17e en 18e eeuw. Hun bevolking wordt vandaag de dag op zo’n 40.000 geschat. Diep in de jungle hebben ze eeuwenlang hun eigen taal en cultuur weten te behouden. Hoe konden zij overleven in een regenwoud met totaal andere planten dan in Afrika? Hoe selecteerden zij medicinale kruiden om hun ziektes te genezen? En welke planten offerden zij aan hun Afrikaanse goden?”

Voor de antwoorden op deze en andere vragen kun je terecht in het Science Café, waar vooraf en in de pauze de mysterieuze – want niet op internet te vinden, althans niet door mij – Mariel voor de muzikale omlijsting zorgt en James van Lidth de Jeude na de lezing de vragenronde in goede banen leidt.

Tekst Peter van Diest (bron: Tinde van Andel), illustratieontwerp Martijn Harleman