14 oktober 2009: Nobelprijswinnaar Gerard 't Hooft
De Large Hadron Collider


De Large Hadron Collider

Prof.dr. Gerard ’t Hooft is een groot wetenschapper die onderzoek doet naar het allerkleinste. In 1999 kreeg hij hier de Nobelprijs voor de natuurkunde voor, samen met Tini Veltman.

In opvallend begrijpelijke taal vertelde ’t Hooft in het Science café over zijn werk. Dat behelst de speurtocht naar de bouwstenen van de materie. Hij begon zijn verhaal met een suikerklontje. Dat kun je gemakkelijk in twee stukken breken, die op hun beurt ook weer en zo verder. Vanuit een suikerklontje belanden we bij moleculen. Van moleculen komen we bij atoomkernen die weer 10.000 keer zo klein zijn. Deze zijn weer op te delen in protonen en neutronen en vervolgens quarks. Naast quarks blijken er ook antiquarks te bestaan en nog meer ‘nieuwe’ deeltjes. Om deze deeltjes te vinden zijn botsingen met heel veel energie tussen deeltjes nodig.

Het Europese centrum voor deeltjesonderzoek CERN houdt zich hiermee bezig. In de nieuwe deeltjesversneller (de Large Hadron Collider ofwel LHC) worden de botsingen opgewekt en onderzocht. Dat gebeurt allemaal in de buurt van Geneve. Ongeveer 100 meter onder de grond is daar een 27 km lange cirkelvormige tunnel gebouwd. Door een buis in die tunnel worden de deeltjes versneld. Voor de versnelling zijn 1800 magneten van elk 15 meter lang nodig die per stuk 35 ton wegen(!). Hier komt onvoorstelbaar veel techniek bij kijken. Dat hier ook wel eens iets bij misgaat bleek 9 dagen na de opening in september 2008. Doordat een kwetsbare soldeerverbinding brak, ontstond er een ontploffing waarbij 50 magneten beschadigd raakten.

Met de LHC hopen de onderzoekers het zogeheten Higgsdeeltje aan te tonen. Ook hoopt ’t Hooft dat allerlei andere deeltjes uit de botsingen zullen opduiken, bijvoorbeeld antideeltjes van alle nu bekende gewone deeltjes. Een lang leven hebben die antideeltjes niet en in het heelal komen ze ook niet voor. Spannende zaken als (mini) zwarte gaten, waar in 2008 in sommige media grote angst voor was, verwacht men volgens ’t Hooft ook niet in Genève.

Onder leiding van James van Lidth de Jeude, zelf natuurkundige en oud studiegenoot van ‘t Hooft, werden deze en andere creatieve vragen gesteld. De gastspreker beantwoordde ze begrijpelijk en soms met de nodige humor. Tegelijk zette  ‘t Hooft de duizelingwekkende techniek van de LHC in perspectief: hoe fantastisch het ook allemaal klinkt wat de onderzoekers in Genève gaan doen, in het heelal bestaan oneindig veel sterkere krachten.

Krachtig, klein maar toch groots was ook de muziek van Kris Vesseur. Deze singer/songwriter liet zonder botsingen een keur aan prachtige liedjes ontstaan.